de KUNST om te 'ZIEN'

Click here to edit subtitle

Leergebied- en vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoeleinden.


De projecten FilmUur en FilmExpeditie beantwoorden aan meerdere vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoeleinden van het lager en secundair onderwijs. Ze zijn een eigentijds instrument in het Europees kader voor wereldburgerschap en democratie. In 2016 werden de projecten voorgelegd aan Vlaams minister van Onderwijs en gunstig beantwoord.


Doel 1. Audio-visuele creatie
De leerlingen creëren samen een audio-visuele realisatie over de werking van hun klas. 

Eindterm 1 (communicatief vermogen): leerlingen brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk.

Eindterm 14 (mediawijsheid): leerlingen gaan alert om met media.


Doel 2. Origineel
Bij elke opdracht denken de leerlingen na over hun gezamenlijk antwoord en zoeken om dit op hun eigentijdse, originele wijze in beeld te brengen. 

Eindterm 2 (creativiteit): leerlingen kunnen originele ideeën en oplossingen ontwikkelen en uitvoeren.


Doel 3. Vernieuwend
Op de filminstructiepagina wordt aan de leerlingen gevraagd om hun antwoorden op een vernieuwende manier te filmen. Met eigen inspiratie en ideeën.

Eindterm 3 (creativiteit): leerlingen ondernemen zelf stappen om vernieuwingen te realiseren.


Doel 4. Verantwoordelijkheid nemen

Elke leerling kiest een verantwoordelijkheid in het filmconcept: script, camera, geluid, licht of presentatie. Elke taak is even belangrijk om samen tot het gewenste doel te geraken.

Eindterm 20 (verantwoordelijkheid): leerlingen nemen verantwoordelijkheid op voor eigen handelen, in relaties met anderen en in de samenleving.


Doel 5. Eigen talenten verkennen
Tijdens het filmen kunnen de leerlingen een andere taak kiezen. Daardoor krijgen ze de kans meer inzicht te krijgen over eigen talenten en zaken waarvan ze misschien te zelfzeker waren. Bij één van de opdrachten wordt gevraagd naar hun internetgebruik.

Eindterm 21 (zelfbeeld): leerlingen verwerven inzicht in sterke en zwakke punten.


Doel 6. Organiseren
Bij elke opdracht overleggen de leerlingen eerst alvorens het antwoord te filmen: wat moet gefilmd worden, waar en hoe.  
Eindterm 11, 12 en 13 (kritisch denken): leerlingen kunnen gegevens, handelswijzen en redeneringen ter discussie stellen a.d.h. van relevante criteria; zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken;

kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken. 


Doel 7. Samenwerken
De leerlingen werken samen in kleine groepjes. Ze leren luisteren naar hun medeleerlingen. Als ze dat niet doen zullen ze merken dat ze niet opschieten en de deadline niet halen. Bovendien leren ze opkomen voor hun mening op een respectvolle manier naar anderen toe.

Eindterm 19 (samenwerken): leerlingen dragen actief bij tot het realiseren van gemeenschappelijke doelen. Eindterm18 (respect): leerlingen gedragen zich respectvol.

Eindterm 5 (empathie): leerlingen houden rekening met de situatie, opvattingen en emoties van anderen.

Eindterm 26 (zorgzaamheid): leerlingen gaan om met verscheidenheid.


Doel 8. Gezonde assertiviteit opbouwen.
Volgens de filminstructiepagina moet elke leerling evenwaardig in beeld komen en leert zichzelf daardoor beter presenteren.


Doel 9. Weerstand opbouwen
Het script kan fouten bevatten, de opnames lukken niet zoals gepland.... Door deze tegenslagen botsen de leerlingen even met hun neus tegen de muur. Door samen een oplossing te zoeken, leren zij tegenslagen overwinnen.

Eindterm 4 (doorzettingsvermogen): leerlingen blijven, ondanks moeilijkheden een doel nastreven.

Eindterm 9 (flexibiliteit): leerlingen zijn bereid zich aan te passen aan wisselende eisen en omstandigheden.


Doel 10. Leren 'ZIEN'
Op hun instructiepagina krijgen leerlingen tips om schoonheid te zien en nadien in hun audiovisuele creatie te verwerken. 

Eindterm 6 en 7 (esthetische bekwaamheid): leerlingen kunnen schoonheid ervaren; leerlingen kunnen schoonheid creëren.


Doel 11. Zelfkritisch zijn.
Tijdens opname en na montage beoordelen de leerlingen zichzelf. Enkel de goede shots mogen behouden worden. Samen moeten zij overeen komen welke beelden gewist en welke mogen worden doorgestuurd. Indien zij niet overeen komen, zullen ze merken dat de montage veel langer duurt dan gewenst. 

Eindterm 25 (zorgvuldigheid): leerlingen stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en dat van anderen.


Doel 12. Toekomstgericht.
Bij één van de opdrachten wordt gevraagd wat de leerling wilt worden, hoe deze onze samenleving in de toekomst ziet en wat voor de klasgenoten wordt gewenst. Die leerlIngen weten dat in de film enkel positieve antwoorden verwerkt worden.
Eindterm 27 (zorgzaamheid): leerlingen dragen zorg voor de toekomst van zichzelf en de ander.



Reactie van het kabinet van Vlaams minister van Onderwijs op het FilmUur en de FilmExpeditie

Van: "Desmet, Elsie" <elsie.desmet@vlaanderen.be>
Onderwerp: RE: Competentiekader rond burgerschap.
Datum: 25 april 2016 om 14:30:40 CEST
Aan: Wouter VanHecke <woutervanhecke@yahoo.co.uk>

Geachte heer Van Hecke,
Beste Wouter,
Vlaams minister van Onderwijs, Hilde Crevits, ontving in goede orde uw mail en heeft die met aandacht gelezen. Ze dankt u voor het aangereikte signaal en vraagt mij u te antwoorden.
Ik geef u hierbij eerst nog wat meer achtergrondinformatie bij wat u via de pers heeft vernomen: Op 12 april heb ik me inderdaad, samen met mijn collega-onderwijsministers van de Raad van Europa, geëngageerd om mee te werken aan de verdere uitwerking en evaluatie van het door de Raad van Europa ontwikkelde referentiekader van descriptoren voor competenties voor een democratische cultuur.
De 20 kerncompetenties die de Raad van Europa naar voren schuift, zijn ons reeds langer bekend. Ze hebben o.a. gediend voor de actualisering van de vakoverschrijdende eindtermen met betrekking tot burgerschapsvorming in het secundair onderwijs een aantal jaar terug. De kerncompetenties bevatten waarden, attitudes, vaardigheden en kennis waarmee leraren en lerarenopleiders aan de slag kunnen rond democratie en burgerschap. De Raad van Europa heeft, met behulp van ongeveer 1.200 leraren en internationale experts, deze kerncompetenties vertaald naar descriptoren. Dit zijn concrete omschrijvingen van wat leerlingen moeten kennen en kunnen om de competentie als verworven te mogen beschouwen. Het volledige referentiekader zal binnenkort gepubliceerd worden op deze website:http://www.coe.int/en/web/education-minister-conference
Net zoals bij het reeds langer gebruikte Europees referentiekader voor talen, wil de Raad van Europa bij dit nieuwe referentiekader werken in verschillende fasen vooraleer het als geconsolideerd instrument aan onderwijsprofessionals overal in Europa wordt aangeboden. Concreet wil de Raad van Europa laten evalueren in hoeverre de descriptoren werkbaar en relevant zijn binnen een concrete klas- of schoolcontext en welke aanpassingen daarvoor eventueel nodig zijn.
Twaalf landen zijn geselecteerd voor de testfase: Andorra, Armenië, Belarus, België (Vlaamse en Franse Gemeenschap), Estland, Georgië, Luxemburg, Luxemburg, Montenegro, Portugal, Roemenië en Tsjechië. Om de bruikbaarheid en representativiteit van de resultaten van de testfase te verzekeren, vraagt de Raad van Europa dat in elke deelnemende lidstaat 40 leerkrachten en docenten uittesten in welke mate de descriptoren een werkbaar instrument vormen. Aangezien de descriptoren in een leerlijn zijn opgebouwd, worden zowel leerkrachten uit de laatste graad van het basisonderwijs en het secundair onderwijs beoogd, als docenten uit het hoger onderwijs. Tot op heden zijn er nog geen scholen geselecteerd voor de testfase. Ik wil samen met de Vlaamse Onderwijsraad bekijken hoe we de testfase best vorm kunnen geven. Om dit concreet te kunnen maken, wachten we echter nog op de concrete modaliteiten (werkwijze, timing,…) die nog uitgewerkt worden door de Raad van Europa.
De bedenkingen die u formuleert met betrekking tot de eindtermen zijn bijzonder waardevol. Ik zou het dan ook een echte meerwaarde vinden moest u ze inbrengen in het eindtermendebat.
Het debat rond de eindtermen is, zoals u vermoedelijk weet, op 3 februari van start gegaan onder de campagnenaam “Van LeRensbelang?”. Het eerste luik van het publieke debat  is vooral online verlopen via de website www.onsonderwijs.be en is afgesloten op woensdag 23 maart. Het is ook nu nog mogelijk om een bijdrage te posten op de website www.onsonderwijs.be, maar andere bezoekers van de website kunnen hierop niet langer reageren. Indien u een bijdrage op de website zet, is het wel belangrijk om te argumenteren waarom u de aanwezigheid van de door jullie voorgestelde eindtermen in het curriculum noodzakelijk acht.
U kunt u via dezelfde website ook kandidaat stellen voor het bijwonen van de provinciale 'Nachten van het Onderwijs' die op 18 april van start zijn gegaan in de provincie West-Vlaanderen. De input die tijdens de eerste fase van het debat is verzameld, dient als vertrekpunt voor de discussies op de Nachten. Ik wil daarbij nog zoveel mogelijk stemmen het woord geven over de eindtermen binnen een publiek forum. Neem dus zeker een kijkje op de website www.onsonderwijs.be.
Tot op heden zijn er zijn nog geen scholen geselecteerd voor de testfase. Ik wil samen met de Vlaamse Onderwijsraad bekijken hoe we de testfase best vorm kunnen geven. Om dit concreet te kunnen maken, wachten we echter nog op de concrete modaliteiten (werkwijze, timing,…) die nog uitgewerkt worden door de Raad van Europa. Ik neem uw bereidwilligheid tot medewerking in elk geval mee naar mijn overleg met de Vlaamse Onderwijsraad.
Hopende u hiermee van dienst te zijn,
Groet ik u,
Elsie Desmet
Kabinetsmedewerker
Kabinet Hilde Crevits, viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Onderwijs
T 02 552 68 00
F 02 552 68 01
M 0478 46 50 29
Koning Albert II - laan 15, 1210 Brussel
Van: Wouter VanHecke [mailto:woutervanhecke@yahoo.co.uk]
Verzonden: maandag 11 april 2016 13:17
Aan: Desmet, Elsie <elsie.desmet@vlaanderen.be>
Onderwerp: Competentiekader rond burgerschap.
Geachte mevrouw Desmet
Geachte Minister Hilde Crevits
Naar aanleiding van het telefoongesprek dat ik zojuist met u mocht hebben.
Toen ik deze morgen de minister op de radio hoorde over het competentiekader rond burgerschap viel mij op dat dit geheel in de lijn is van het project dat we begin dit jaar startten en dat nu in actie komt. 
Ons pedagogisch programma is bedoeld om jongeren (terug) waarden te laten 'zien' zoals verantwoordelijkheid nemen, zelfkritisch zijn, kunnen samenwerken en omgaan met verscheidenheid, weerbaar maken met een brede kijk op onze samenleving, eigen capaciteiten en leefomgeving leren 'zien', om een stuk los te komen van overdadig gebruik van smartphones en tablets opdat hun (studie)mogelijkheden niet beknot worden...
Ons project wordt aangeboden door een didactische verkenningstocht waarbij de leerlingen in kleine groepjes kortfilms realiseren over waarden en de werking binnen hun klasgroep. Een eigentijds kanaal dat jongeren boeit. De kortfilms worden samen gemonteerd om uiteindelijk tot een film te komen waarin de leerlingen zichzelf herkennen.
De film kan eventueel ook aan de ouders getoond worden zodat zij met deze diepgaande vernieuwing van individueel leren kunnen kennismaken.
Momenteel bieden wij dit programma aan in het vormingscentrum te Malle, maar dit kan evengoed elders of in de scholen zelf.
Meer informatie vindt u op ID Award
[[PASTING TABLES IS NOT SUPPORTED]]
Dit programma kan uw competentiekader daadwerkelijk concretiseren op een aantrekkelijke manier voor de leerlingen en veelbelovend voor de leerkrachten.
Het werkt actief in op de verruimingskansen van de leerling. 
Graag wil ik meewerken om deze pedagogische optie ingang te laten vinden bij scholen.
Met vriendelijke groeten
Wouter
Wouter Van Hecke
ID Award
Mostheuvellaan
Westmalle (B)
Gsm 0496 611 570 


-3:38